VOOR EEN engel IN HENGELO

11 juni, 2009

SAMENVATTING

Hij is een schrijvend beeldend kunstenaar. Breyten Breytenbach erkent geen genregrenzen. Vanaf zaterdag is in Hengelo, met tentakels tot in de binnenstad, een grote manifestatie rond zijn werk. “Ook nog een toneelstuk, dat werd te veel.” DOOR THEO HAKKERT FOTO EVERT ELZINGA

VOLLEDIGE TEKST:

Een bekend gezicht, maar wel uit het verleden toch. Breyten Breytenbach (69), zijn naam roept onwillekeurig herinneringen wakker aan de roerige tijd van de apartheid in Zuid-Afrika. De kritische blanke schrijver en beeldend kunstenaar is blijvend aan die tijd verbonden en noem het gerust ironisch dat na het einde aan de apartheid ook de belangstelling voor Breytenbach als schrijver minder is geworden.
Hoe onterecht dat is moge blijken uit zijn prachtige recente boek Woordvogel, waarin Breytenbach een stroom aan anekdotes, bespiegelingen, reisverhalen en andere – min of meer autobiografische – schetsen bijeen heeft gebracht (zie kader).
Hij stelt zichzelf deze vraag: “Wanneer is een boek een boek? Ik heb langzamerhand, uit onvermogen of onkunde, aanvaard dat ik me waarschijnlijk nooit ga houden aan een genre. Essay, roman, poëzie. Ik ben er meer en meer van overtuigd dat het sowieso uit één bron komt. Dan nog zoek je naar een bindend principe. Waar begint het, waar eindigt het en waarom?”

Voorlopig eindstation is – verrassend – Hengelo. Vanaf zaterdag is bij Akkuh, de Creatieve Fabriek en galerie Lans Uylen een grote tentoonstelling van zijn beeldend werk te zien, maar omdat volgens Breytenbach alles uit één bron komt, zit er veel poëzie in. Hij zegt: “Ik hoop op een gesprek tussen twee talen, tussen beeld en woord. Ik wil ook de literaire dimensie laten zien.”
Hij heeft de manifestatie in Hengelo aangegrepen voor een grote greep. Het is geen overzichtstentoonstelling in de zin dat gepoogd is verspreide werken terug te halen, maar wel heeft hij kunstwerken uit zijn hele actieve carrière bijeen gebracht. Veel is voor het eerst te zien. Daarvoor koos hij, onder andere, uit wat in zijn atelier in Parijs stond en ook liet hij werk uit Zuid-Afrika overbrengen. “Het omspant een periode van meer dan veertig jaar. En veel nieuw werk ook.”

De manifestatie, onder de titel Raakruimtes, is groots van opzet. Exposities in Akkuh, de Creatieve Fabriek en galerie Lans Uylen. Te zien zijn tekeningen, etsen, litho’s en schilderijen in soms zeer grote formaten. De wegen tussen de tentoonstellingsruimtes worden door Breytenbach voorzien van aforismen, die als bewegwijzering dienst doen.
Hij schreef speciaal voor Hengelo veertien sonnetten. Ze zijn te zien op veertien uitvergrote tekeningen die deze week aan muren in de binnenstad zijn geplakt. Letterlijk. Een speciale techniek werd toegepast, zodat niet in de muren hoefde te worden geboord.
De klassieke vorm van het sonnet – Breytenbach noemt ze: ’14 Sonnetten voor een engel in Hengelo’ – geeft de gedichten voldoende samenhang; ze hoeven niet ook nog eens samen een verhaal te vertellen. “Niet nodig. Wat ze verbindt met elkaar zijn de onverwachte motieven die naar boven komen.”

Hij was, een tijd terug alweer, in Hengelo om de sfeer van de stad te absorberen en die de kans te geven in zijn werk te resoneren. “Je werkt nu eenmaal met het karakter, de geschiedenis en het potentieel van zo’n stad.”
Een liedjesavond. Gedichten op sokkels. Aforismen als wegwijzers. Een boek met de gedichten. Tentoonstellingen in de bibliotheek over de roerige actie-tijd in Zuid-Afrika. Een lezing van H.C. ten Berge. Een complete manifestatie. En dan vertelt hij dat eigenlijk ook nog het plan bestond voor een theatervoorstelling, een nieuw toneelstuk. Daarvoor was de tijd te krap en de acteurs en regisseur met wie hij wil werken, konden zich niet vrijmaken. Een andere keer dan maar, elders allicht. Er is tijd.

Dit jaar wordt hij zeventig. “Dat heb ik inmiddels gehoord, ja. Men heeft mij dat verteld. Ik denk niet objectief na over ouder worden. Af en toe stel ik me wel de vraag of ik voor alle ideeën die ik heb nog wel de tijd krijg. Kan ik nog tien boeken maken? Dat zal ik niet meer halen.”
Leeftijd zegt hem niks, beweert hij. Maar: “Met de tijd wordt dat wat achter je ligt belangrijker dan dat wat nog gaat komen. Het voorste gedeelte is afgehandeld, maar je gaat er naar terug om het te herbekijken.”
“Kunst, met name schilderen is een ophoudelijk proces en lijkt nergens aan onderhevig. De onderliggende interactie die je hebt met de vorm van kunst die je beoefent blijft onaangeraakt. Het is een paradox: de enige manier om totaal onafhankelijk te zijn is volledig betrokken te zijn bij waar je mee bezig bent. Het betekent dat je deel wordt van de vloei, van het ritme van waar je mee bezig bent. Achteraf zou je kunnen vaststellen dat je gaandeweg ouder bent geworden, zonder dat het invloed heeft gehad op het proces. Je ontgint de ruimtes dieper dan je vroeger zou doen.”
“Af en toe gebeurt mij dat ik kijk naar een oude tekst en vaststel dat ik op het terrein dat ik betreden bleek te hebben het toentertijd beter heb gedaan dan nu. Ik heb een verminderd potentieel. Spijt heb ik niet. Ik had niet meer willen maken. Ik had wel dieper willen gaan. En misschien had ik niet alles tegelijk moeten doen.”
Kan de conclusie ook zijn dat hij te veel heeft gedaan?
“Zeker, dat kan. Ik heb wel eens gezegd: de dood komt wanneer je te veel bezittingen hebt. Je kunt niet alles dragen. Je moet afstand doen ook. Zelfs de bedelende vrouwtjes met hun boodschappenkarretjes moeten dat. Zij kunnen in de zomer hun drie winterjassen niet aanhouden.”

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.